Bij Velt zijn we ervan overtuigd dat het zowel je tuinierplezier als de natuur ten goede komt als je een teveel aan buxusplanten gaat vervangen door een diversiteit aan andere interessante planten. 

Het succes van de buxus

De buxus heeft zijn succes voor een groot deel te danken aan zijn veelzijdige toepasbaarheid. Vaak komt het erop neer dat hij wintergroen is en in allerlei vormen gesnoeid kan worden. Een bloeiende buxus is zelfs een uitstekende bijenplant, maar door intensieve snoei krijgt hij daar in de meeste tuinen geen kans toe. Door te kiezen voor één plant die alle functies moet vervullen maken we onze tuinen overgevoelig aan ziektes en plagen. Je tuin wordt veel boeiender en sterker door verschillende planten met dezelfde of meerdere functies onderling te combineren! Als jouw tuin getroffen werd door de buxusmot en je (bijna) alle struiken verwijderd hebt, vind je hieronder een bundel aan inspiratie om waardige opvolgers voor je buxus te kunnen kiezen.

1 Traag groeiende, van nature laag blijvende, bloeiende struikjes. 

Er zijn er heel wat die wintergroen blijven, en doordat je ze niet voortdurend snoeit, komen ze in bloei en lokken ze nuttige insecten naar je tuin. Op lichtere zand- en leemgronden heb je ruime keuze. 

  • Typische heideplanten als struikhei (bv. Calluna vulgaris, 40-50 cm) en kraaihei (bv. Empetrum nigrum, 20-50 cm) vragen om zure bodem, maar winterheide (Erica carnea of E. darleyensis, 25-30 cm) fleurt ook op neutrale tot licht kalkhoudende bodems je tuin op - ideaal wanneer je de bodem regelmatig hebt moeten bekalken voor je buxus. 
  • Bergthee (Gaultheria procumbens, 10-15 cm) of Appeltjesblad (Gaultheria shallon, 120 cm) trakteren je op glanzend groen blad en eetbare bessen. Ze doen het evenals de heideplanten goed op zure bodems.
  • Intens blauwe bloemtrossen krijg je van een Amerikaanse kruipsering (Ceanothus thyrsiflorus var. repens, 50-150 cm), die het op iedere goed doorlaatbare grond met veel of weinig zon goed doet. 
  • Even gemakkelijk is de sneeuwbal (Viburnum davidii, 60-150 cm) met fijne witte bloemtuilen die uitgroeien tot blauwe bessen als je zowel vrouwelijke als mannelijke struiken aanplant. 
  • Ook verschillende soorten kardinaalsmutsen (Euonymus fortunei, 50-100 cm) zijn op iedere grondsoort en standplaats dankbare struiken en bodembedekkers, vaak met fraaie bladkleur in ruil voor eerder onopvallende bloemetjes. Kleine ronde buxusachtige blaadjes krijg je van de dwergvorm E. fortunei ‘Minimus’, 30-50 cm.
  • Als typische groenblijver voor zon en schaduw mag ook klimop niet ontbreken: wist je trouwens dat er compacte, struikvormige klimop bestaat (Hedera helix ‘Arborescens’, 100-150 cm)? In bloei is dit een zeer waardevolle voedselplant voor insecten.

WinterheideAmerikaanse kruipseringKardinaalsmuts

2 In volle zon op wat drogere, neutrale tot kalkrijke grond

Hier kun je gaan voor een mediterraans geïnspireerde informele haag of border met 

  • Lavendel (Lavandula soorten, 30-70 cm), 
  • Salie (Salvia officinalis, 40-70 cm), 
  • Oregano (Origanum vulgare, 40-60 cm, O. vulgare ‘Compactum’, 15-30 cm), 
  • Tijm (Thymus vulgaris, 10-20 cm), 
  • Rozemarijn (Rosmarinus officinalis, 90-120 cm, R. officinalis ‘Prostratus’, 20-40 cm kruipend), 
  • Bergbonenkruid (Satureja montana, 30-40 cm)
  • Echte gamander (Teucrium chamaedrys, 25-40 cm). 

Het zijn ware insectenmagneten, en je kan zelf mee van de heerlijke geuren, kleuren en smaken genieten! Ze blijven niet zo blinkend diepgroen als een buxus tijdens de wintermaanden, maar de rijke bloei tijdens de warmere maanden maakt dat ruimschoots weer goed.

Echte gamander

3 Prima groenblijvende bodembedekkers voor zon en schaduw zijn ook 

  • Grote en Kleine maagdenpalm (Vinca major, 20-45 cm en V. minor, 20-25 cm) met licht glanzend groen blad en paarsblauwe bloemen. 
  • Bodembedekkende klimop, eventueel met sierlijke bonte, wit gerande bladeren (Hedera helix ‘Goldchild’, 30-300 cm).

 

Kleine maagdenpalm

4  Voor een wintergroene, hogere haag of struik (2-3 m)

Hier kjun je niets mis doen met:

  • een prachtige schijnhulst die bloeit met overheerlijk zoet geurende witte bloemetjes waar heus niet enkel insecten verzot zullen op zijn! Combineer bijvoorbeeld lentebloeiende Osmanthus burkwoodii (200-300 cm) met herfstbloeiende Osmanthus heterophyllus (200-300 cm) voor een lang, lekker ruikend seizoen.
  • Heerlijke geur krijg je ook van de witte bloemen en het glanzende blad van de Mexicaanse oranjebloesem of Glansmispel (Choisya ternata, 200-300 cm). Snoei je hem meteen na de voorjaarsbloei, dan kan je in de herfst een tweede bloei krijgen. De struik heeft voedselrijke bodems en een zonnige, beschutte plaats nodig om vorstschade te voorkomen.
  • Op zure bodems kan je Escallonia rubra (250-400 cm) met felroze klokjesvormige bloemen kiezen.
  • Ook onze inheemse kleinbladige liguster (Ligustrum vulgare ‘Atrovirens’, 250-300 cm), Japanse liguster (L. japonicum, 250-300 cm) en grootbladige Haagliguster (L. ovalifolium, 300-500 cm) hebben geen specifieke bodemvereisten en groeien prima in zon en halfschaduw. Ze kunnen hoog worden, maar je kan ze ook onmiddellijk na de bloei snoeien om ze compact te houden.
  • Op schaduwrijkere plaatsen fleurt de mahoniestruik of druifstruik Mahonia media ‘Charity’ (250-400 cm) je tuin van november tot maart met geurende gele bloemtrossen op.

Osmanthus heterophyllus

GlansmispelEscallonia RubraKleinbladige liguster

Zo zie je maar dat er voor iedere standplaats en toepassing niet één, maar veel planten bestaan die zowel ons als de insectenwereld heel wat te bieden hebben. Kies resoluut voor meer diversiteit en evenwicht in je aanplanting en zorg zo voor een onderhoudsarme, zelfredzame, insectenlokkende tuin die er ook prachtig blijft uitzien wanneer de volgende plaag door het land waait!

(c) Foto's:  Kousvet, Leonora Enking, Meneerke Bloem, BotmultichilIT, Kenraiz, Holger Calleman, Captain tucker en H. Zell