Klimaatverandering zorgt voor een ongelijke spreiding van regen. Langdurige droogte komt vaker voor en meer intense stortbuien ook. Dit kan leiden tot een watertekort in de zomermaanden, en tot af en toe te veel water.

Tegelijkertijd zijn er zoveel verhardingen (zoals wegen, je huis, je terras) dat dit water onvoldoende bodem tegenkomt om te kunnen doorsijpelen. De grote hoeveelheden water worden dan (te) snel stroomafwaarts afgevoerd via rioleringen, drainages en grachten. En die kunnen dat niet allemaal tegelijk aan. Hierdoor zijn er de laatste decennia vaker overstromingen en wordt het grondwater te weinig aangevuld. Droogte en overstromingen gaan hand in hand. Jij kunt hier gelukkig  wat aan doen.

Verklein het paadje, de oprit of het terras

Want hoe minder verzegeling, hoe meer infiltratie.

Een terras kan het kloppend hart zijn van een tuin. Je kunt ontspannen tafelen en je hebt voldoende beweegruimte. Een comfortabele afmeting voor zes personen is 3 m x 5 m. Maak je je terras groter, dan bezorg je jezelf vooral meer werk.

  • Moet je nog aanleggen, dan heb je alle kansen om het goed te doen: maak het terras nietgroter dan nodig is. Zo geef je meer ruimte aan groen en dus ook aan regenwater dat de bodem kan insijpelen.
  • Ligt er al een terras dat groter is dan nodig, breek dan een deel op. Je kunt dat deel beplanten, bijvoorbeeld met een border, of het gebruiken als klimplaats voor de klimplant van je pergola.
  • Soms is het opbreken van het terras niet aan de orde. Je kunt dan kijken naar waar het terras helt. Daar kan het in de beplanting vloeien.
  • Laat het water dat op een veel te groot terras valt, naar een wadi vloeien.

De oprit moet voldoende stevig zijn om het gewicht van een auto aan te kunnen. Niet verharden is hier geen optie. Maar ook hier geldt dat je de verharding niet groter maakt dan strikt noodzakelijk, zodat de regen de grond kan insijpelen.

  • Je kunt kiezen voor een verharding met grasbetontegels. Die zijn sterk en toch waterdoorlatend.
  • Een andere oplossing is om enkel de rijsporen te verharden en de rest te laten begroeien met een lage beplanting. In de zon is gras een goede keuze. In de schaduw kies je bijvoorbeeld voor kleine maagdenpalm of kruipend zenegroen.

Het tuinpaadje is nog gemakkelijker op te lossen. Wordt het niet intensief gebruikt en ligt het in de zon, dan kun je gewoon een gazonpaadje voorzien. Je moet alleen maar maaien en de regen dringt vlot de bodem in. Zeker op zandbodem gaat dat indringen erg snel. Voor een intensief gebruikt tuinpaadje, voorzie je brede voegen tussen de tegels. Die brede voegen kun je laten begroeien met leuke planten. In de zon kan dat gras zijn of dwergmarjolein. In de schaduw gebruik je kruipend zenegroen.

 

Dit artikel werd opgemaakt binnen het project 'Naar een efficient waterbeheer met groenzones'. Een gezamelijk PDPO-project van Proefcentrum voor Sierteelt, Vereniging voor Openbaar Groen, VELT en Regionaal Landschap Schelde-Durme.