Wat is stadslandbouw?

Spreker: Frank Petit-Jean (Velt-medewerker tuin)

Bij Velt zien we stadslandbouw ruimer dan enkel aan landbouw doen in een stedelijke context. Daarom spreken wij van ‘Eetbare buurt’. Carolyn Steel (stedenbouwkundig architecte) bracht in 2008 een boekje uit waarin ze beschreef hoe Londen veranderd is in haar relatie met voedsel.

Tot een paar decennia geleden waren er boerenmarkten en treinen die voedsel van de rand van de stad in de stad brachten. Steel beschrijft hoe dit helemaal veranderd is, hoe steden gedeconnecteerd zijn van het thema voedsel en hoe dit tot excessen leidt (dollekoeienziekte, dioxinecrisis, fybronil, dierenwelzijn).

Maar er is ook goed nieuws! Er is al een hele tijd een serieuze beweging op gang van mensen die wel weer aan het moestuinieren gaan, ook in de stad. Enkele voorbeelden: de opmars van permacultuur, hoogtechnologische veranderingen (LED-teelt, daktuinieren en -landbouw, Building Integrated Greenhouse in Brussel,...), CSA-boerderijen,...

Velt vindt de sociale component van de eetbare buurt erg belangrijk. Bij Leilekkerland in Kortrijk tuinieren ze samen op een tijdelijk stuk grond in het centrum van de stad. Het tuinieren is er geen doel op zich, maar een manier om te werken aan de leefbaarheid van de stad en aan inclusief zijn in een openbaar park.

Een eetbare buurt wordt dus onze keuken in de stad of buurt. De stad wordt onze samentuin en -keuken. De eetbare buurt is stadslandbouw die werkt: concreet, ecologisch, inclusief, waar beleven en goesting centraal staan. Waar ook een verdienmodel achter zit. Het is de link tussen stadstuinieren, duurzaam voedsel en stedelijke ontwikkeling. De kracht van Velt hierin is verbinden in de voedselstrategie, waar agro, eco en socio samenkomen.


Is er ruimte voor stadslandbouw?

Spreker: Erik Grietens (Bond Beter Leefmilieu)

In het beleidsplan Ruimte Vlaanderen is het de bedoeling het ruimtelijk rendement te verhogen, door een hogere bouwdichtheid in de centra. Zo moet de open ruimte in Vlaanderen zo goed mogelijk behouden blijven (betonstop). De milieubeweging vindt het huidige scenario te weinig ambitieus. Vooral op vlak van verdichten bij knooppunten van openbaar vervoer en voorzieningen zien ze nog mogelijkheden. We moeten gaan voor een robuuste open ruimte:

  • veerkrachtig landschap dat klaar is om de gevolgen van de klimaatopwarming op te vangen,
  • groenblauwe aders (verbindingen langs waterlopen) als verbinding tussen de open ruimtes die er nog zijn, maar ook aandacht voor groen en gezondheid,
  • ruimte voor landbouw, natuur en bos

Open ruimte in Vlaanderen:

  • 780.000 ha landbouwgebied
  • 170.000 ha natuur & bos
  • 108.000 ha tuinen
  • 50.000 ha onbebouwde bouwzones

Stadslandbouw is veel meer dan landbouw in de stad. De intensieve agro-industrie omvormen naar korteketen en duurzame landbouw blijft noodzakelijk. Hieraan wordt geen aandacht besteed in het beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Ongeveer 20% van het landbouwareaal wordt gebruikt voor niet-agrarische doeleinden, zoals hobbyweides voor paarden, tuinen etc. Er is nood aan transparantie van de grondenmarkt, want de grondprijzen voor landbouwgronden zijn onwaarschijnlijk de hoogte ingegaan. Voor beginnende biolandbouwers wordt het op deze manier een moeilijk verhaal.

Wat met woonuitbreidingsgebieden? 12.000 ha zijn in de jaren 70 voorzien op de gewestplannen als reservegebied, maar die blijkt niet nodig te zijn. Vaak liggen die aan de rand van de stad en aaneengesloten stukken ruimte. Deze ruimtes zijn ideaal voor de korteketenlandbouw.

Een betere ruimtelijke ordening is momenteel een lastig debat en negatief verhaal van schrappen van bouwgronden en betalen van schadevergoedingen. BBL wil hier een positief verhaal van maken, want het gaat over waardevolle ruimte voor stadslandbouw, samentuinen en natuur en bos dichtbij. Grotere gemeenten en steden zetten in op een lobbenstad met bouwlobben en groene lobben met mogelijkheden voor stadslandbouw, moestuintjes en een samentuinen (vb. Sint-Niklaas). Zo kun je werken met groennormen: afhankelijk van de bevolkingsdichtheid minimale vormen van openbaar groen op te leggen: woongroen, wijkpark, stadsgroen en natuur en bos. De stad Gent heeft zo’n een groennorm van 100 m2 per inwoner.

Landelijke dorpen zien het beleidsplan Ruimte Vlaanderen niet graag komen, want zij willen graag landelijk blijven. Het landschap loopt immers in het dorp, de landbouw loopt door tussen de woningen, maar de dorpskern heeft wel functies. Maar om het dorp te redden, moeten we stoppen met verkavelen van de ruimte rondom het dorp.

Wat kunnen we zelf doen?

  • 8% van Vlaanderen is privetuin (ongeveer even veel bos als tuin),
  • van dit privaat gebruik moeten we meer publiek of semipubliek gebruik kunnen maken: idee van de commons,
  • tuinen als plekken van ontmoeting en van maatschappelijke doelen: korte keten, bestuiving, klimaatverandering en luchtkwaliteit. Ook dat zijn vormen van ruimtelijk rendement!

De sociale dimensie van stadslandbouw

Spreker: Charlotte Prové - onderzoeker aan het Instituut voor Landbouw- en visserijonderzoek (ILVO)

Stadslandbouw is aan een enorme opmars bezig en meer dan een maatschappelijke trend. Stadsboerderijen, vertical farming en stadslandbouw worden vaste waarden. Het zijn antwoorden op vragen rond duurzaamheid, landbouwkwesties en sociale problemen in de stad.

Meerwaarde van stadslandbouw:

  1. sociale interactie: mensen ontmoeten elkaar, er ontstaan bredere relaties in de buurt,
  2. organisatie en mobilisatie binnen de wijk zelf: mensen leren zich organiseren en samenwerken, aankloppen bij externe partners als het nodig is,
  3. educatie en sensibilisatie,
  4. contact tussen producent en consument; producent heeft meer voldoening
  5. verfraaiing van de wijk (gorilla gardening als het niet toegelaten is), projecten met zaadbommen zodat er (eetbaar) groen uitkomt.
  6. veiligheid en leefbaarheid: volkstuinen geven vaak een gevoel van veiligheid (onderzoek in Philadelphia), zeker op plekken waar voorheen niets was.
  7. lokale economie: soms kunnen stadlandbouwprojecten zorgen voor tewerkstelling, maar ook op kleine schaal leren mensen skills of via productie en betaling in alternatieve munt (Torekes in Gent)

Kunnen stadslandbouw en voedselgerelateerde buurtinitatieven bijdragen aan een meer sociale buurt? Ja, maar:

  • afhankelijk van het type project en de aanpak van het project,
  • meerwaarde voor de deelnemers vs. meerwaarde voor de hele buurt,
  • kost en investering die de participatie vereist,
  • openheid en incubatoreffect: sterke organisatie en coördinatie is belangrijk, open structuur —> gevoel van eigenaarschap
  • laagdrempeligheid en spontaniteit (actief barrières wegnemen, vrije bijdrage, zoveel mogelijk ideeën en feedback van mensen meenemen —> veranderende dynamiek)

Sociale meerwaarde is niet hetzelfde als sociale cohesie / inclusie

  • Vaak is het een verhaal van de middenklasse en van al actieve personen,
  • hoe langer je project loopt, hoe homogener de groep wordt,

Strategieën:

  • schep de juiste verwachtingen,
  • structurele  ondersteuning van de projecten
    • expertise binnenbrengen,
    • tijdelijke vs. permanente invulling,
    • wie initieert het project?
    • mate van financiële onafhankelijkheid
  • ondersteuning via netwerken en samenwerkingen met andere organisaties,
  • kennis! Problematieken rond armoede, migratie, uitsluiting, honger in kaart brengen adhv cijfers en data
  • rol van de gemeente- en stadsbesturen: zij maken het verschil!

Interessante initiatieven in Gent:

  • Soepcafé: vegetarische buffetten maken met voedseloverschotten en tegen een vrije bijdrage
  • Koken met kansen: kookworkshops voor mensen met een kansen-achtergrond.

Een lokale voedselstrategie

Spreker: Michaël Moulaert  — steunpunt voedselstratgie van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw

Interessante afbeelding: 65.000 boeren —> 16,7 miljoen consumenten. Hiertussen staan slechts 5 inkoopkantoren en 25 supermarktketens. Dit zorgt voor heel weinig vrijheid bij de consument. Het lijkt alsof inkoopkantoren en supermarkten weten wat de consument wil, maar het experiment met melk (de consument kiest hoeveel hij betaalt), bewijst het tegendeel.

Sinds kort is er de nieuwe voedingsdriehoek met focus op minder vlees en meer groenten en fruit. Wat ons aangeboden wordt in de supermarkt en afhaaleten staat hier haaks op. Het aanbod gezonde voeding is minder groot in verhouding met de nieuwe voedingsdriehoek. Zet de verhoudingen in het aanbod in een supermarkt eens in verhouding met de voedingsdriehoek.

Conclusie: We moeten inzetten op lokale voedselstrategieën! Doelstelling van een lokale voedselstrategie: Gent als voorbeeld (ambtenaren aanstellen die het kader scheppen voor alle intiatieven).

  1. Vul het zelf in. Elke stad of gemeente heeft haar eigen noden en finesses.
  2. Een meer zichtbare, kortere voedselketen,
  3. verzekeren van productie van lokaal eten
  4. inkomen boer & lokale tewerkstelling
  5. verzekeren van toegang tot gezond en lokaal eten,
  6. sociale cohesie versterken,
  7. bewustzijn (educatie) voeding en gezondheid
  8. voedselverspilling vermijden en maximaal hergebruiken / valoriseren

Voorbeelden:

  1. Stad Brugge: op een laagdrempelige manier aan stadsdiensten en verenigingen tonen hoe ze vegetarisch en biologisch aanbod kunnen screenen. Ze verlagen de drempels voor burgers en verenigingen in de toegang tot lokale en duurzame voeding,
  2. Stadsakker: samenwerking tussen verschillende partners in Tienen — een stadsakker nabij het ziekenhuis: plek van ontmoeting, kookcursus, educatie, sociaal luik (OCMW-cliënteel toeleiden naar het zelfplukgebeuren).
  3. Lokaal-markt in Deerlijk en de kerk van Roeselare. Gemeente Roeselare ontwijdde een kerk en liet er een markt organiseren. Mensen worden gelokt door ontspanning na het werk op vrijdag en blijkt dan ook nog een boerenmarkt te zijn.

Hoe kan een lokaal  bestuur de eetbare buurt ondersteunen?

Enquête bij 232 gemeenten - 480 respondenten

  • Heeft de gemeente en lokale voedselstrategie?
    • 7% ja
    • 34 % niet
    • 25% weet het niet
    • 35% heeft geen algemeen kader zoals een lokale voedselstrategie, maar wel veel losstaande initaiteven die mogelijk in zo’n kader kunnen passen —> hierin zit potentieel!
  • 70% van de gemeenten zet grond in, gemiddeld 2 terreinen
  • 50% zet in op financiële en materiële ondersteuning
  • 75% biedt compostvaten en gratis compostcursussen aan, voortrekkersrol van de lokale intercommunalen
  • 25% verdeelt kippen
  • 20% verdeelt eetbare gewassen
  • 20% zet in op openbaar fruit

Vragen uit het publiek

  • Hoe zit het met regelgeving als je lokale opbrengst verkoopt?

FAVV (Federaal Agentschap van de Voedselveiligheid) zegt dat je een deel van je eigen opbrengst mag verkopen. Op deze site vind je de details. Als je iets wil verwerken om voedselverspilling tegen te gaan, kan dit ook binnen de regelgeving, op voorwaarde dat dit beperkt wordt tot max. 5 keer per jaar én je er geen winst op maakt, dus enkel tegen een vrij bijdrage.

  • Teelt in voortuinen beschermen tegen uitlaatgassen? Waar is het aanvaardbaar om groenten te kweken?
    • Afschermen is geen eenvoudige optie. Aardbeienplantjes waarop fijn stof gemeten is, vb. bij Velt.  Een afstand van tien meter van de straat is beter dan dichtbij de straat.
    • gezonduiteigengrond.be —> hier kun je checken wanneer je twijfelt of je perceel geschikt is voor groenteteelt, want de afstand tot de weg is één van de criteria
       
  • Welke rol kan de gangbare landbouw spelen in de stadsrand?

Transitie naar korteketen en meer duurzame landbouw, die zo een onderdeel kan zijn van het grotere verhaal. De voorbeelden uit de presentaties zijn voorbeelden van stadslandbouw en korte keten zijn aan te moedigen.

  • Stadslandbouw gebeurt momenteel voornamelijk nog in stedelijke context. Hoe gaat de VVSG de kleinere en landelijke gemeenten mee krijgen in het verhaal?

Gemeenten die voeding leveren aan de stad —> voedselstrategie als iets regionaals beschouwen. Je spreekt dan eerder van stadsgerichte landbouw. Concreet is dit nog niet.

  • Waarom worden de buurderijen niet vernoemd?

Namen zijn niet zo belangrijk, wel een (niet-exhaustieve) opsomming van intiatieven. Buurderijen passen zeker in het concept van de eetbare buurt.

  • 8% van Vlaanderen zijn privétuinen. Allemaal individuen die overtuigd moeten worden om in hun tuin voedsel te produceren. Hoe gaan we dit doen?
    • Inzetten op klimaatverandering.
    • Het sociale benadrukken (buren leren kennen via tuinen)
    • De kracht van kleine beslissingen: als we met velen kleine beslissingen nemen, krijgen we de wind in de zeilen.
    • Woorden wekken; voorbeelden strekken
    • Stel je tuin open tijdens de Velt-ecotuindagen
    • Richt een werkgroep op, sluit je aan bij je Velt-afdeling, beweeg zo mee naar eetbare buurten.

Vers van de pers: Verger Partagé

Sprekers Ruth Van Mechelen en Jasmien Wildemeersch (van Velt vzw)

  • Gedeeld fruit in Brussel: Fruitbomen zijn enorm waardevol voor een stad. Toch genieten we niet altijd ten volle van deze bomen en hun vruchten. Vaak omdat we de mogelijkheden niet kennen. Met Verger partagé wil Velt Brussels stadsfruit opwaarderen. Maar hoe?
  • Ontsluiten: Waar vind je fruitbomen in Brussel? We hebben geen zicht op wat er aanwezig is. Niet op openbare plaatsen, noch in particuliere tuinen. Velt maakt Brussels fruit zichtbaar op de kaart, waardoor Brusselaars goesting zullen krijgen om zelf met fruit aan de slag te gaan.
  • Planten: Velt plant op het domein van vzw Parckfarm haar eerste collectieve boomgaard in Brussel. Ook particulieren kunnen fruitbomen planten. In samenwerking met de Bûûmplanters stimuleren we de aanplant van fruitbomen in de stad.
  • Kennis delen: Velt toont Brusselaars hoe je gezond fruit teelt en hoe je oogst.
  • Plukken, proeven en genieten: De Brusselaar die hulp nodig heeft bij het plukken, kan rekenen op de vrijwilligers van vzw Fruitcollect. Zo maken we optimaal gebruik van dat lekkere fruit. Velt nodigt daarenboven alle Brusselaars uit op een oogstfeest om te genieten van verschillende fruitproducten.
  • Meer weten? Stuur een mailtje naar jasmien@velt.be. Voor dit project bundelt Velt haar krachten en expertise met die van deze Brusselse organisaties.

Vier getuigenissen

1 Stadsboerderij Turnhout — Guy Cotemans, Sociale Werplaats De Troef

De Troef is een sociale tewerkstellingsplaats met 70 personeelsleden. Guy zelf wil privetuinen, schooltuinen en andere tuinen zoveel mogelijk eetbaar maken, voornamelijk met permacultuur.

Wat valt er te beleven?

  • educatieve koffers voor kleuter- en basisscholen
  • voedselteams
  • zelfoogsttuin
  • samentuin van Velt
  • integratieprojecten om mensen te herintegreren op de arbeidsmarkt
  • dieren (trekpaard voor bodembewerking, kempsiche soorten kleinvee)
  • partners: imkers, compostmeester, Velt, herboristen, voedselteams, …
  • rust- en feestplaats

Gelegen in een groot park met veel groen en woongelegenheid. Permacultuur: drie ethische principes: zorg voor de aarde, zorg voor de mens, eerlijk delen). Diversiteit: wilde zones met water, 7-lagensysteem, bodemherstel. “We laten zien dat landbouw en natuur perfect samen gaan.”

Vraag uit het publiek: Wat is de minimale oppervlakte die je nodig hebt om een goede teelt te verwezenlijken? Minstens 1 ha; de stadsboerderij werkt op 2,5 ha.

2 De Wereldtuin in Menen — Ann Verbrugghe, tuincoördinator Veerkracht IV vzw

Menen: 20.000 inwoners (zonder deelgemeentes) met heel wat wijken in kansarmoede. Met de samentuin gestart in 2012, opgericht door Rode Kruis Opvangcentrum voor asielzoekers op een privaat stuk grond van de Christelijke Mutualiteit. Bij de start waren er 25 tuinierende organisaties en gezinnen, nu 55.

In de beginjaren was Ann als professionele ondersteuning 12 uur / week aan de slag in de tuin. Vanaf 2015: tewerkgesteld via impulssubsidies van de provincie West-Vlaanderen, aangestuurd door Veekracht4 (sociale economie). Vanaf eind 2016: onzekerheid omdat er gebouwd zal worden op de grond.

  • 55 tuintjes van 2 x 2
  • 800 m2 in totaal
  • groot stuk dat verdeeld wordt voor groepen tuiniers
  • insectenhotel
  • project arbeidszorg

Drijfveren: bruggen bouwen tussen mensen, positieve sfeer in de buurt brengen, welzijnsgevoel en milieubewustzijn verhogen, lichamelijke en geestelijke gezondheidstoestand verbeteren. Inspraak vinden ze erg belangrijk. Accenten: ontmoeting en uitwisseling —> sociale cohesie bevorderen

Wat maakt dat het goed gaat?

  • zekerheid over het terrein
  • laagdrempeligheid
  • duidelijke informatie
  • goede afspraken
  • ervaren tuiniers helpen nieuwe tuiniers
  • kennis delen onder elkaar
  • participatie
  • samenwerken met organisaties uit de buurt,
  • duidelijke communicati met tuiniers via verschillende kanalen
  • openstaan voor iedereen, niet enkel voor echte Velters.

Tips:

  • uitgaan van sterktes en mogelijkheden van mensen
  • iedereen draagt mee verantwoordelijkheid
  • ingaan op vragen

Ann trekt intussen helemaal vrijwillig aan de kar van de samentuin. Hoe werkt buurtcomposteren? Woorden en afbeeldingen, streng zijn en goed toezien.

3 Voedselprojecten Kookmet en Barattoir in Brussel — William Febiri, Master of the Food, Cultureghem vzw

Cultureghem - cultivating urban space in de Abbatoir in Kuregem, wijk van Anderlecht. Tegen 2020 willen ze een plek zijn voor mensen die laaggeschoold zijn. Het is een erg drukke wijk met een lage sociale status, met heel veel auto’s en weinig plek om te spelen of te ontspannen.

Abbatoir: meer dan 40.000 m2, waarvan 10.000 overdekt. De markt is maar drie dagen per week open, voor de rest ligt de site er wat verlaten bij. Dit moet een levendig cultureel en sociaal centrum worden voor iedereen

Kookmet: bewust inkopen doen en hiermee koken. Mobiele keukens, waarmee ze naar de mensen kunnen gaan. Koken met de buurt. Van januari tot december koken ze elke vrijdag met de kinderen van scholen uit de buurt. De kinderen gaan zelf op de markt inkopen doen. Ze werken met meer dan 100 vrijwilligers. Centraal staat: interactie met de marktkramers, samen koken, samen eten.

Voedselverspilling tegengaan via collectmet: na de markt verzamelen ze alle groenten en fruit die zouden weggegooid worden, maar nog perfect eetbaar zijn. Elke vrijdag verzamelen ze de groenten en verdelen ze op maandag aan mensen die het niet breed hebben. Dan bleven er nog groenten over, dus kwamen ze met het idee om met die overschotten nog eten te bereiden: pop-up-restaurant op woensdag. Hier komen bedrijven en organisaties van de buurt eten: altijd vegetarisch. De vrijwilligers zijn erg belangrijk. Jochem (ecokok) heeft hen geleerd hoe ze kunnen koken met groenten tijdens improvisatie-kookworkshops.

De mensen staan centraal: ze gebruiken het eten als bindmiddel tussen de stad aan de mensen, om de plek terug te geven aan de buurt. Het eten nodigt hen uit om naar het plein te komen. Het eten op zich is niet het belangrijkste, maar wel de ontmoeting tussen de mensen.

De vrijwilligers leven in een andere wereld tijdens het koken. Integratie gaat verder dan de taal, het gaat ook over voeding.

4 Velt-werkgroep AsDa Bakt in As — Barbara Creemers, initiatiefnemer

As is een kleine, Limburgse, erg landelijke gemeente van 8000 inwoners. Langs een drukke verkeersader ligt een oude gemeentelijke watermolen met een parkje erbij. In dat park werd 15 jaar geleden door de vrijwilligers van de heemkundige kring een houtoven gebouwd. Die wordt één keer per jaar - met de molenfeesten - gebruikt om brood te bakken.

Vorig jaar ontstond het idee om maandelijks met enkele geïnteresseerden samen brood te bakken. Barbara las de oproep van de Koning Boudewijnstichting naar projecten in het kader van ‘Buurten op den Buiten’ en diende een subsidieaanvraag in. Het project kreeg 3500 euro. Hiermee kochten ze in 2017 heel wat buitenkookmaterialen aan, betaalden ze lesgevers en organiseerden ze een groot ecologisch buurtfeest.

Intussen is AsDa Bakt een Velt-werkgroep geworden die buurtbewoners wil verbinden rondom de bakoven en tegelijk wil informeren over duurzame voeding. In het parkje rondom de oven zijn er twee tuintjes van buurtbewoners. Het sociale aspect blijkt ook erg belangrijk: want via de tuintjes en de oven krijgen de vrijwilligers opnieuw contact met de mensen uit de buurt.

AsDa Bakt stuit op enkele uitdagingen, want met slechts drie trekkers die ook professioneel erg druk bezig zijn, willen ze vaak meer dan haalbaar is.


Slotbeschouwing door Elke Plovie, onderzoekster in buurtinitiatieven en burgerparticipatie

  1. Idee van de publieke ruimte: een ruimte die er is, een restruimte: een heel krachtig concept, want dit is ruimte die per definitie gedeeld wordt en waar ontmoeting en verbinding tot stand komt -> kiemen tot solidariteit.
  2. Vitale coalities: er ontstaat een sterke verbinding tussen wat er vanuit de burgers beweegt en die worden opgepikt door middenveldorganisaties. Zij fungeren als tandwielen en versterken deze ideeën. De overheden kunnen hier nog een extra verbinding aan geven. Ook boeren en de horeca spelen een belangrijke rol. Allemaal samen vormen zij een coalitie in de eetbare buurt.
    De overheid moet dan gaan faciliteren: grond of lokaal, soms wat budget ter beschikking stellen, maar in de praktijk is het niet altijd zo gemakkelijk. Subsidies om de buurt leefbaar te maken gaan vaak over samentuinen, samenboomgaarden … Opletten met eigenaarschap van projecten, want dat moet bij de buurt blijven, niet vb. bij de groendienst.
  3. Er is nog niet echt een strategie om deze projecten op grotere schaal uit te rollen. Verschillende mensen moeten zoeken naar hoe zij ondersteund kunnen worden. Dit is een signaal aan de overheid dat hier een beleid rond moet komen.
  4. De voorbeelden zijn mooie voorbeelden van hoe sociaal en politiek burgerschap kunnen samengaan. Wat krachtig is aan het concept van eetbare buurt is dat het mensen aanspreekt om dingen te gaan doen. Dit zijn mensen die in een andere vorm van participatie vaak geen inspraak krijgen. Door dingen te doen, spreek je de krachten en talenten van mensen aan: het brengt jong en oud samen. Dit versterkt de cohesie in de buurten.
    Jonge mensen sluiten zich aan bij Velt omdat ze aangesproken voelen door de thema’s, maar een vrijwilligerswerking uitbouwen is wel een uitdaging.
    Politiek: wij kunnen als burger aan politiek doen en dingen in beweging zetten. De voorbeelden zijn krachtige signalen en manieren van aan politiek doen: samen als burger mee vorm geven aan de samenleving en een alternatief laten zien: eetbare buurten staan voor een andere vorm van samenleving.

Boodschap:

  • Woorden wekken, voorbeelden strekken: het concreet doen is een motor voor verandering.
  • Doen, doen, doen. Wil je iets op gang brengen? Doe het gewoon en probeer verbinding te creëren en tegelijk aan politiek te doen.