Een van de lentegroenten die misschien nog niet zo gekend is, is de koolrabi. Daarom stel ik hem graag eens extra aan jullie voor want deze zoete knol blinkt uit in veelzijdigheid.

Rauwe jonge koolrabi is vaak zo zoet als een harde groene appel. Je kan hem in partjes of schijfjes meenemen als tussendoortje. Voor een slaatje rasp je de koolrabi of snijd hem in dunne plakjes, reepjes of in kleine blokjes. Met een mandoline kan je hem in flinterdunne schijfjes snijden en er een echte groentecarpaccio van maken. Breng op smaak met bijvoorbeeld versnipperde sjalotjes en munt, een beetje sinaasappelsap en rode wijnazijn en laat minstens een uurtje trekken. Leg de schijfjes in een mooie waaiervorm op een plat bord. Succes verzekerd op elk lentefeest! Het jonge blad van de koolrabi kan je rauw verwerken in slaatjes, pesto’s en sausjes. Snijd het hiervoor heel fijn.

Wanneer je de koolrabiknol warm bereidt, komt zijn kolige aard naar boven. Toch behoudt hij zijn originele pittige smaak. Je kan grote schijven, blokken of partjes koolrabi stomen of blancheren en warm of koud serveren met een lekker sausje of dip. In dunne reepjes kan de koolrabi zo mee in een lentewokje. Veel kruiden heeft hij met zijn volle smaak niet nodig. Hij heeft genoeg aan een snuif peper, zout en nootmuskaat. Rooster hem zeker ook eens in de oven. Hij behoudt steeds zijn stevige beet maar wordt wel zachter en zoeter. Het jonge blad van de koolrabi kan je in principe bereiden als een bladgroente zoals warmoes. Stoven, roerbakken of blancheren: het kan allemaal. Wat ouder blad, laat je wat langer garen en mix je met een scheut melk als basis voor een groene puree. Stamp je aardappelen en roer alles goed door elkaar.

Van koolrabi maak je bovendien de romigste soep zonder room.  Ik maakte van het loof een groene olie die de zachte soep een frisse finishing touch geeft. Proberen maar!

Cappuccino van koolrabi met groene olie

Nodig voor vier personen

400g koolrabi - 2 sjalotjes - 500 ml groentebouillon - 100 ml room - peper en zout - ½ tl nootmuskaat - 50g koolrabiblad - 100 ml olijfolie - 1 el gistvlokken - 1 el citroensap - rasp van een halve citroen

Mix de olijfolie, de gistvlokken, het citroensap en het koolrabiblad tot een groene olie.

Schil de koolrabi en snijd in blokjes. Versnipper de sjalotjes. Fruit de sjalotjes in olijfolie. Voeg de koolrabi en de nootmuskaat toe. Roerbak 3 minuutjes. Voeg de groentebouillon toe. Breng aan de kook. Laat koken tot de koolrabi gaar is. Mix de soep mooi glad. Voeg de room toe en klop ze op met een melkschuimer.

Serveer in glaasjes. Werk af met een lepel groene olie en wat citroenrasp.