Je bent hier:

Agro-ecologie

KULeuven niet geslaagd voor open debat over voedsel

Reacties (4)

De Nederlandse hoogleraar Louise Fresco ontvangt vandaag een eredoctoraat van de KULeuven. Hoewel Fresco regelmatig de negatieve maatschappelijke impact van het huidige landbouwsysteem aankaart, blijft ze het industriële model verdedigen. Dat de KULeuven net aan haar een eredoctoraat uitreikt en niet (ook) aan professor Olivier De Schutter verraadt de visie die de universiteit uitdraagt.

Fresco komt terecht tot de analyse dat aan de hedendaagse grootschalige voedselproductie een negatieve maatschappelijke impact kleeft. Ze kaartte in het verleden thema’s aan als honger en overgewicht, milieuvervuiling en klimaatimpact. De precaire situatie van landbouwers in onze regio’s ontkent ze tot nog toe. Maar Fresco heeft beduidend meer moeite om degelijke oplossingen aan te bieden:

  • Fresco bepleit megastallen en maximalisatie van de plantaardige productie vanuit een louter efficiëntiegedreven drijfveer, en verliest daarbij uit het oog dat je op die manier telkens weer de ecologische draagkracht overschrijdt. Je mag dan wel een hogere opbrengst hebben waardoor je het totale milieueffect kunt delen, in absolute termen maak je wel gebruik van grote hoeveelheden pesticiden, kunstmest en antibiotica, veelal meer dan wat de lokale bodem en omgeving aankan.
  • Fresco ziet Europa als een netto exporteur van voedsel. Maar wanneer we de import en export in volumes in kaart brengen, blijkt echter dat Europa een netto importeur is van primaire landbouwproducten waarvan een groot aandeel granen voor veevoer. Het is met andere woorden de wereld die het Europese vee voedt.
  • Fresco stelt dat Europa de eigen en wereldwijde middenklasse voedt (en dus niet de 2,8 miljard hongerigen in de wereld). Ze stelt dat de import (van veevoer en tropisch fruit) naar Europa vanuit regio’s in Zuid-Amerika, Azië en Afrika deze regio’s helpt om zich te ontwikkelen. Voor wat Zuid-Amerika betreft heeft de grootschalige veevoerproductie misschien wel geleid tot een positieve handelsbalans, maar vooral tot verregaande milieuschade en gezondheidsrisico’s voor de lokale bevolking.
  • Fresco stelt ook dat Europa waardevolle zaden en inputs exporteert, samen met Europese kennis. Maar helpt het ook de Afrikaanse boer en bevolking vooruit? Wat te denken van de voedseloverschotten die Europese landen en de Verenigde Staten op de Afrikaanse markt dumpen, terwijl ze hun eigen boeren zwaar subsidiëren.
  • Fresco vindt dat kleinschalige, ecologische initiatieven slechts hun nut bewijzen als uitingen van cultuur en identiteit. Maar intussen heeft het industriële model tijdens de afgelopen decennia niet alleen het aantal mensen met honger niet substantieel verminderd, maar heeft het bovendien zo’n 1,9 miljard mensen met overgewicht gecreëerd.

Aandacht voor agro-ecologie

Dat de KULeuven vandaag een eredoctoraat (enkel) aan Fresco uitreikt, toont aan dat de universiteit innovatieve en duurzame landbouwsystemen aan de kant schuift. Het is jammer dat de universiteit haar positie en autoriteit niet gebruikt om een zeer relevant debat breed te faciliteren. In een breed debat hoort het agro-ecologische model een stem te krijgen. Professor Olivier De Schtuter, acht jaar lang bijzonder rapporteur voor voedselzekerheid van de VN, pleit met IPES Food voor een ecologische omwenteling.

Willen we het hebben over de financiële agrohandelsbalans van Europa? Of willen we er oprecht voor zorgen dat de lokale bevolking wereldwijd zichzelf van voedsel kan voorzien? Mensen overal ter wereld voeden, realiseren we niet door hier in het noorden meer te produceren of door onze zaden, pesticiden of kunstmest te exporteren. Wel door een lokale productie te realiseren die zowel voedsel als inkomen genereert, zonder de bodem en het milieu te belasten.


Velt sluit zich graag aan bij het standpunt van Bioforum. Samen met heel wat andere organisaties vormen we Voedsel Anders.

(C) Foto: Swa De Heel

Wat is agro-ecologie?

Reacties (0)

‘Agro-ecologie is op macroniveau kijken naar landbouw en voedsel’, zegt milieusocioloog en landbouwingenieur Pierre Stassart. ‘En daarin speelt consumptie een belangrijke rol. Vergelijk het met de energieproblematiek. Men heeft ingezien dat het vervangen van fossiele energiebronnen door hernieuwbare energie niet volstaat om de uitputting van energiebronnen tegen te houden. Met technische ingrepen (bijvoorbeeld het plaatsen van meer zonnepanelen) gaan we het slechts halen als tegelijkertijd het energieverbruik daalt. Daarom is het nodig om de consument op te nemen in het systeemdenken over energie.’

'Hetzelfde kun je zeggen over de voedselvoorziening: op een duurzame manier voedsel produceren is goed en nodig, maar het volstaat niet. Er is een groeiend besef dat de voedselconsumptie omlaag moet, bijvoorbeeld door overconsumptie en verspilling tegen te gaan. Dat kan alleen door consumenten te zien als belangrijke spelers in het voedselsysteem. Agro-ecologie is dus: systeemdenken over landbouw en voedsel, met wetenschappers, producenten, consumenten en sociale bewegingen.’

Welke rol is er voor organisaties als Velt?

‘Een grote, want concrete, praktische ervaringen zijn de enige echte manier om consumenten in het voedselsysteem te betrekken, om hen er terug een plaats in te geven. Een deel van de consumenten is daar vragende partij voor. Er is immers een gevoel van vervreemding ontstaan doordat veel voedingsmiddelen in feite industriële producten geworden zijn. Mensen voelen dat daar iets aan schort en zoeken terug meer connectie met voedsel.’

‘Organisaties als Velt zijn nodig om mogelijkheden te scheppen voor die ‘reconnectie’. Zo zie ik verschillende thema’s die momenteel sterk leven, waaronder de zorg om zaaigoed en de zorg om de levende bodem. In Wallonië zie ik veel boeren die aan “bodemconserverende landbouw” doen, ze ploegen hun velden niet. Het gaat om grote bedrijven met 200 à 300 ha, die in hun productiemethodes richting agro-ecologie evolueren, maar niet aan de consumentenkant: ze proberen aan concurrentiële prijzen te produceren voor de wereldmarkt. Er zijn ook hobbytuiniers die alternatieven ontwikkelen voor bodembewerking. Ik kan me inbeelden dat die tuiniers en boeren hun kennis gaan uitwisselen, om zo samen te werken aan agro-ecologie in hun streek.’

Hoe verhoudt agro-ecologie zich tot de biologische landbouw? Die lijkt ons toch veel tastbaarder en zichtbaarder dan agro-ecologie?

‘Bio is een norm verbonden aan producten, agro-ecologie niet. Maar dat is net een voordeel. Want doordat het een beetje vaag is, is agro-ecologie in staat om verschillende zaken samen te brengen onder één paraplu. Bio, permacultuur, agroforestry, het ecologisch tuinieren van Velt,... dat zijn allemaal modellen om op een andere manier aan landbouw te doen en erover te denken. Ze bouwen de landbouw- en voedselkennis anders op dan we dat de laatste honderd jaar deden aan de landbouwfaculteiten. Die modellen hebben een heel aantal agro-ecologische principes gemeen, bijvoorbeeld het sluiten van de nutriëntencirkel door compostering, mulching etc., maar toch heeft elk model zijn eigen visie en kennis.’

‘Ik vind dat we de ambitie moeten hebben die kennis uit te wisselen, tussen de modellen maar ook met onderzoekers en met sociale bewegingen. Via het systeemdenken van agro-ecologie is dat perfect mogelijk. Doordat het een norm is, leidt biologische landbouw tot zekerheid en stabiliteit. De teelttechnische vereisten zijn gedetailleerd uitgewerkt en dat geheel is vertaald in wetgeving, met lastenboeken en certificering. Dat is nuttig en nodig om biologische producten vlot op de markt te kunnen brengen. De keerzijde van de medaille is dat de normering strikt is en niet altijd aansluit bij de specifieke verwachtingen van sommige boeren en consumenten. Een mooi voorbeeld hiervan is het netwerk Les Grosses Légumes in de Gaume in het zuiden van België, waar de producenten en consumenten samen een certificering opzetten voor de korte keten. Zo hebben ze de discussie over ecologische kwaliteit zelf in handen.’

Agro-ecologie krijgt almaar meer aandacht, maar is het niet een weinig sexy concept?

‘Ik wil dat tegenspreken, als we agro-ecologie vertalen in sprekende voorbeelden, dan wordt het heel aantrekkelijk: boerenzaadgoed, de levende bodem, de bloeiende weiden... daar wordt gezamenlijk aan gewerkt, de resultaten mogen er zijn en dat maakt agro-ecologie zichtbaar. En dan zwijg ik nog over crisissituaties zoals in Griekenland, waar er door de crisis een terugkeer naar het platteland plaatsvindt.’

Voedsel Anders in Vlaanderen en Nederland

Voedsel Anders is een groeiende beweging van organisaties die pleiten voor een transitie naar agro-ecologie. Ook Velt ondersteunt dit project. 'Ecologisch tuinieren is eigenlijk agro-ecologie in het klein', zegt Velt-directeur Jan Vannoppen. 'Een ecologische tuin houdt immers rekening met de menselijke wensen en behoeften en draagt bij aan natuur, landschap en milieu. Door ecologisch te koken en te kopen (vaak rechtstreeks bij de bioproducent) tonen onze leden dat het echt mogelijk is: gezond en lekker eten, solidair met de boeren, en zonder een grote ecologische voetafdruk achter te laten.'


Foto's: Frank Toussaint en Swa De Heel

Advertenties

Boeken van Velt

Ledenvoordelen

  • 6 keer per jaar ons tijdschrift Seizoenen
  • Leuk welkomstpakket
  • Korting op boeken van Velt
  • Korting in ruim 150 bio- en ecowinkels
  • Grote korting met onze jaarlijkse Velt-zadenactie
  • Uitnodigingen voor interessante activiteiten in je buurt
  • Toegang tot het online Seizoenen-archief
  • Je ontvangt onze tweewekelijkse nieuwsbrief

Word lid