Met de campagne 2020pesticidevrij pleit Velt ervoor om alle pesticiden tegen 2020 uit de winkelrekken te halen. Maar wat met biopesticiden, die toegelaten zijn in de biologische landbouw en ook voor particulieren beschikbaar zijn bij het telen van groenten en fruit? Kun je die wel zorgeloos gebruiken? We geven je de komende nummers van ons tijdschrift Seizoenen telkens gedetailleerde informatie over één product. Als aftrap lichten we onze aanpak toe en geven we in een tabel het resultaat van onze beoordeling.

De term ‘bio’ heeft voor pesticiden geen wettelijke betekenis. Dat is een lacune in de biowetgeving en sommige fabrikanten gebruiken dit achterpoortje gretig. BioKill bijvoorbeeld is een pesticide tegen insecten in huis. Niet toegelaten voor biologische landbouwers en toch staat er ‘bio’ op de verpakking.

Enkele bedenkingen vooraf

Voor een ecologische tuinier ligt de nadruk op preventie: focus op de bodem, vruchtwisseling en biodiversiteit. In de siertuin vinden we het gebruik van biopesticiden overbodig. Omdat je in de moestuin gericht bent op opbrengst, kunnen biopesticiden hier in uiterste nood en geval per geval bekeken wel. Algemeen beschouwd hebben biopesticiden minder nadelen dan chemisch-synthetische. Maar dat is niet altijd zo, zeker als het gaat om selectiviteit en afbreekbaarheid. Daarom blijft een kritische blik per product nodig.


Criteria

We toetsen de biopesticiden aan vier belangrijke criteria:

1. De oorsprong

Komt de actieve stof in de natuur voor? Pesticiden die niet in de natuur voorkomen, passen niet in een ecologische tuin. De natuur kan alle natuurlijke stoffen zonder problemen afbreken. Natuurvreemde stoffen stellen de natuur echter voor een nieuw afbraakprobleem dat zij niet altijd kan oplossen. Ook de herkomst van de actieve stof is een criterium.

2. De invloed op het ecosysteem bij gebruik

Hoe sterk biopesticiden het ecosysteem schaden, kun je inschatten aan de hand van gegevens over afbreekbaarheid, selectiviteit en ontwikkeling van resistentie. Hoe trager een product afbreekt, hoe langer het een belasting vormt voor het milieu. Biopesticiden moeten een zo nauw mogelijke selectiviteit hebben en dus alleen de dieren doden waarvoor ze bedoeld zijn. Resistentie ten slotte is het vermogen van het te bestrijden organisme om te weerstaan aan een pesticide.

3. Veiligheid

De producten moeten zo weinig mogelijk gevaar opleveren voor de gebruiker, de tuinier, én voor de verbruiker, de persoon die nadien de oogst uit de tuin eet. In een ecologische moestuin past het gebruik van zeer giftige producten niet, ook niet als het natuurlijke producten zijn. De veiligheid voor de verbruiker geeft men weer door de wachttijd: de periode tussen het gebruik van het biopesticide en het opeten van de oogst. Je kiest bij voorkeur voor producten met een zo kort mogelijke wachttijd.

4. De invloed op het ecosysteem bij productie

De productie van het biopesticide zelf mag geen grote negatieve impact hebben. Roofbouw van natuurlijke rijkdommen voor de fabricage, een energieverslindend productieproces of verre transporten van de actieve stof wijzen we af. Over deze aspecten zijn er echter niet altijd gegevens beschikbaar.


Beoordeling

Op basis van deze criteria heeft Velt een beoordeling gemaakt van de meeste biopesticiden die je in tuincentra vindt. Je kunt drie beoordelingen onderscheiden:

  • Groen: dit biopesticide is van natuurlijke oorsprong, houdt geen gevaar in voor de gebruiker en heeft geen noemenswaardige neveneffecten op het ecosysteem. Je kunt het gebruiken bij een ernstige aantasting op groenten en fruit.
  • Oranje: dit biopesticide is niet altijd van natuurlijke oorsprong en heeft enkele schadelijke neveneffecten. Als je je opbrengst belangrijk vindt, kun je het in geval van nood gebruiken bij de teelt van groenten en fruit.
  • Rood: dit biopesticide heeft te grote neveneffecten op het ecosysteem. Velt raadt het gebruik ervan af, ook bij de teelt van groenten en fruit.